Verplichte bemiddeling bij geschillen in franchising in aantocht?

Geplaatst door: Franchising Belgium

Meester Benoit Simpelaere, DBB

In de ideale wereld vermenigvuldigt de franchisegever zijn succes via een professionele rekrutering van kandidaat-franchisenemers en groeit zijn franchisenetwerk gestaag, door voortdurend in te spelen op de marktomstandigheden. Eventuele geschillen worden er opgelost via constructief overleg, want redelijke en proactieve ondernemers beschikken over voldoende ervaring en talent om met elkaar te communiceren zonder externe hulp.

Dit overleg en de uitwisseling van informatie gebeurt om te beginnen tijdens de precontractuele fase die inmiddels niet zonder succes gereglementeerd werd.

Dankzij de overhandiging van een Precontractueel Informatie Document één maand voor de ondertekening van de franchiseovereenkomst kunnen heel wat misverstanden worden vermeden. Tijdens de franchiserelatie kunnen verschillende overlegplatforms aangewend worden voor een efficiënte informatie-uitwisseling . De praktijk wijst echter dagelijks uit dat deze communicatie vaak mank loopt.

Op dat ogenblik is het zaak om olie toe te voegen die het raderwerk van de communicatie deblokkeert. Soms kunnen externe adviseurs, die kaas gegeten hebben van onderhandelingstechnieken, hier van dienst zijn. In bepaalde gevallen zit men reeds in een (te) ver gevorderd stadium en zal het misschien aangewezen zijn om een neutrale en onafhankelijke derde aan te stellen, de mediator. Een mediator zal aan de hand van diverse technieken de partijen opnieuw aan de tafel trachten te krijgen en mogelijks de partijen tot een gezamenlijke oplossing brengen.

In deze nieuwsbrief wordt gehamerd op de talrijke voordelen van mediation, zoals de snelheid, de vertrouwelijkheid, het vrijwillig karakter dat zorgt voor een duurzame oplossing en tevens de eerder beperkte kost. Het kan echter niet voldoende benadrukt worden dat mediation in het bijzonder binnen elk distributienetwerk de meest efficiënte tool is voor het beslechten van geschillen, omwille van twee essentiële redenen.

Vooreerst beogen de actoren binnen een franchisenetwerk een langdurige win-win relatie. Als men het traject van de toenadering van partijen, de voorbereidende maatregelen en de initiële- en vervolginvesteringen in ogenschouw neemt dan komt men al gauw tot het besef dat het zonde is om al deze inspanningen in tijd en geld in één knip te zien verdwijnen. Dit geldt zonder twijfel voor beide partijen: de franchisegever gaat terug naar af en mag opnieuw (met wisselend succes) rekruteren; de franchisenemer verliest in vele gevallen zijn investeringen maar zal soms ook zijn carrière moeten heroriënteren, dit door toepassing van optierechten op het handelsfonds en niet-concurrentiebedingen of andere postcontractuele clausules.

Daarnaast zal de franchisegever zeer alert moeten zijn voor de precedentwerking van geschillen binnen zijn netwerk. Een netwerk streeft immers de “multiplicatie van succes” na, en niet van problemen. De franchisegever riskeert niet alleen dat andere franchisenemers onrustig zouden worden maar bovendien dat concurrenten kennis zouden krijgen van confidentiële informatie door publieke procedures voor gewone rechtbanken of dat klanten en leveranciers van het netwerk de perceptie krijgen dat het rommelt… Dit alles schept een sfeer van onzekerheid die enige jaren (mogelijks tot na verwijzing door het Hof van Cassatie) kan aanslepen, nog zonder rekening te houden met het verlies van focus van het netwerk op de echte business.

Kunnen we stellen dat mediation het alles en afdoende antwoord is voor de geschillenbeslechting binnen een franchisenetwerk? Hoe graag wij als ‘believer’ hierop bevestigend zouden willen antwoorden, zeggen wij: neen! Elk netwerk dient stil te staan bij het uitwerken van een goed uitgebalanceerde en gedifferentieerde geschillenregeling met het oog op een snelle, kostenefficiënte en tevens (zo mogelijk) vertrouwelijke oplossing van een gerezen conflict.

Eenmaal er conflicten ontstaan zijn worden de adviseurs (en ook de rechters en arbiters) geacht aan conflictdiagnose te doen en pas daarna de gepaste procedureweg te kiezen, weliswaar rekening houdend met de bestaande contractuele rechtskeuze, bevoegdheidskeuze en ADR-clausule.

Je kunt als franchisegever, meestal eigenaar van de intellectuele eigendomsrechten en hoeder van de reputatie van het netwerk, niet dulden dat een ex-franchisenemer het merk namaakt of op het concept parasiteert. Hier zijn de (hopelijk snelle) kortgeding- en zo mogelijk ook de stakingsprocedures evenals de voorlopige maatregelen van art. 19 Ger. W. meer geschikte remedies.

Ook voor de invordering van door de franchisenemer onbetaalde facturen dient de specifieke toestand onder de loep te worden genomen. Onbetwiste facturen zouden in het belang van een goed economisch verkeer zonder respijt moeten worden betaald, m.a.w. zonder dat de schuldenaar nog kan profiteren van een extra (bemiddelings)termijn. Dit geldt des te meer als de franchiseovereenkomst met de schuldenaar inmiddels werd beëindigd. Het ligt echter anders indien de niet-betaling van een factuur verband houdt met de exceptio non adimpleti contractus, of het prestatie-uitstel van de franchisenemer die aan de franchisegever kenbaar heeft gemaakt dat hij erop rekende dat een tekortkoming van deze laatste eerst dient te worden geremedieerd. In het laatste geval is de bemiddeling(spoging) absoluut zinvol vermits zij er toe zal bijdragen om de duurrelatie tussen partijen te bestendigen of te herstellen.

Het voorgaande maakt alvast duidelijk waarom minister van Justitie Koen Geens, die een prominente plaats gaf aan bemiddeling in zijn masterplan “Het Justitieplan. Een efficiëntere justitie voor meer rechtvaardigheid”, bij het uitwerken van de nieuwe wetteksten ter ontlasting van het gerechtelijk apparaat rekening, zal rekening moeten houden met een aantal beperkingen van mediation.

Wij lazen recent in de pers dat voortaan enkel zeer gemotiveerde dagvaardingen en uitgebreide conclusies zouden worden uitgewisseld en dat de dagvaardingstermijn van acht dagen zou verlengd worden tot zes weken om de rechter toe te laten zich beter voor te bereiden op de zoektocht naar een akkoord tussen partijen of het minnelijk oplossen van het conflict. Hiertoe zal het pilootproject dat reeds voor de Franstalige rechtbank van koophandel te Brussel loopt worden voortgezet en uitgebreid. De minister is ervan overtuigd dat door het stimuleren van de advocaten voor mediation en met de nieuwe regels inzake beroep, instaatstelling en mediation het aantal procedures met 20 à 25 % kan gereduceerd worden. Volgens Minister Geens zullen de partijen anticiperen op het feit dat de rechtbank een minnelijke schikking zal aanmoedigen en dus sneller met elkaar gaan praten. Hij erkende dat justitie haar “herstellende rol op korte termijn” niet meer waar maakt en hij wenst daar kennelijk verandering in te brengen.

Minister Geens heeft alvast bondgenoten gevonden bij diverse bemiddelingsgezinde groeperingen zoals o.a. GEMME, bMediation en Future of Mediation in Belgium die een aantal wetteksten aan het voorbereiden zijn. Deze teksten voorzien wijzigingen en stimulansen op diverse vlakken zoals een nieuwe terminologie (voortaan zou de erkend bemiddelaar “mediator” genoemd worden), een aantal algemene principes die de rechter moeten aanzetten tot meer verzoening en schikkingen, een nieuwe structuur voor de Federale Bemiddeling Commissie, een aantal financiële stimuli of sancties, de mogelijkheid om rechtspersonen als mediator aan te stellen enz…

Er gaan zelfs stemmen op om mediation bij wijze van proefproject verplicht te maken binnen bepaalde sectoren, zoals het bouwbedrijf en de commerciële distributie, om uiteindelijk tot een algemene verplichting over te gaan naar Italiaans model. Wij gaan ervan uit dat een meer genuanceerde benadering zal worden gevolgd, al is het maar uit respect voor het basisprincipe dat elke mediation stoelt op het vrijwillig karakter en rekening houdend met de inmiddels afgevoerde verplichting om in alle huurzaken een “verzoeningspoging” in te lassen.

Tot slot geven wij mee dat tijdens een sessie van Future of Mediation in Belgium (FMB) op 15 mei ll. in aanwezigheid van Minister Geens een stand van zaken gemaakt werd en het FMB haar “sneuvelwetteksten” heeft uiteengezet, samen met een aantal beleidspunten en een overzicht van de meeste Belgische initiatieven ter promotie van mediation.

Meester Benoit Simpelaere
DBB